Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 15 juni 2018, waarin het hoger beroep tegen de belastingaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2008 en 2010 werd behandeld.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de ingebrachte klachten geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.
De Hoge Raad zag geen reden om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Overgaauw, Wortel en Cools op 8 maart 2019.
Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen omtrent de aanslagen en sluit het geschil definitief af in cassatie.