Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
12 maart 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 februari 2018, waarin hij werd veroordeeld in verband met een terroristische aanslag op een moskee in Enschede. Het beroep in cassatie is ingesteld door de verdachte, vertegenwoordigd door advocaat R. van Leusden.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft vervolgens geoordeeld dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest is uitgesproken door de Strafkamer van de Hoge Raad op 12 maart 2019, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend het arrest hebben gewezen. Het beroep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.