Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
19 februari 2019.
Hoge Raad
De verdachte is in cassatie gegaan tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak betreffende een terroristische aanslag op een moskee in Enschede. Ondanks het instellen van het beroep heeft de verdachte geen middelen van cassatie door een raadsman binnen de wettelijk gestelde termijn ingediend, zoals vereist op grond van artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de verdachte daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het beroep. De Hoge Raad heeft deze conclusie gevolgd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, tijdens een openbare terechtzitting op 19 februari 2019. Hiermee is het hoger beroep in cassatie definitief afgesloten zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van middelen van cassatie.