ECLI:NL:HR:2019:387

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 maart 2019
Publicatiedatum
19 maart 2019
Zaaknummer
17/02901
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 81 ROArt. 14b.1.14 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in diefstalzaak met onduidelijke bijzondere voorwaarde dagbesteding

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor diefstal van blikken bier en energiedrank uit een supermarkt. Het gerechtshof Den Haag had hem veroordeeld en een bijzondere voorwaarde opgelegd om zich optimaal in te spannen voor het vinden en behouden van dagbesteding.

De verdediging stelde in cassatie dat deze bijzondere voorwaarde te onduidelijk en te onbepaald was, waardoor deze niet gehandhaafd kon worden. De Advocaat-Generaal concludeerde echter tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep verworpen zonder nadere motivering.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 maart 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling met bijzondere voorwaarde blijft gehandhaafd.

Uitspraak

19 maart 2019
Strafkamer
nr. S 17/02901
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 17 mei 2017, nummer 22/004851-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
19 maart 2019.