ECLI:NL:HR:2019:406

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2019
Publicatiedatum
21 maart 2019
Zaaknummer
18/03154
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in bestuursrechtelijke belastingzaak

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 11 juni 2018, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 5 februari 2018 werd behandeld.

De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeelde het aangevoerde middel. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde het middel geen nadere motivering omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidde.

De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.

Het arrest werd op 22 maart 2019 uitgesproken door de raadsheren Fierstra (voorzitter), Wortel en Beukers‑van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.

Uitspraak

22 maart 2019
Nr. 18/03154
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Rechtbank Noord-Hollandvan 11 juni 2018, nrs. HAA 17/5500 en 17/5501 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 5 februari 2018.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers‑van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2019.