Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Rechtbank Noord-Hollandvan 11 juni 2018, nrs. HAA 17/5500 en 17/5501 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 5 februari 2018.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 11 juni 2018, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van 5 februari 2018 werd behandeld.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en beoordeelde het aangevoerde middel. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde het middel geen nadere motivering omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling leidde.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Het arrest werd op 22 maart 2019 uitgesproken door de raadsheren Fierstra (voorzitter), Wortel en Beukers‑van Dooren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.