Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen stelde beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Dit arrest betrof een hoger beroep van de heffingsambtenaar van Nijmegen tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over de geheven leges ten aanzien van een belanghebbende.
Het middel dat het College in cassatie aanvoerde, werd door de Hoge Raad beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om het College te veroordelen in de proceskosten. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en legde aan het College een griffierecht van € 508 op.
Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2019.