Eiser, eigenaar van een chalet met een persoonsgebonden overgangsrecht in een bestemmingsplan, verzocht de gemeenteraad om dit overgangsrecht aan te passen. Verweerder legde hiervoor leges op van € 8.554, welke eiser betwistte en beroep instelde.
De rechtbank stelde vast dat het verzoek van eiser werd opgevat als een aanvraag tot vaststelling van een bestemmingsplan, maar dat de legesaanslag niet duidelijk verband hield met dit verzoek. De leges waren geheven voor het vastleggen van een planregel in het nieuwe bestemmingsplan 2017, waarin eiser een zienswijze had ingediend die tot opname van die regel leidde.
De rechtbank oordeelde dat het vaststellen van een bestemmingsplan een handeling is die het publieke belang dient en geen individuele dienst aan een aanvrager betreft. Daarom zijn op grond van de Gemeentewet geen leges verschuldigd voor het indienen van een zienswijze of het vaststellen van een bestemmingsplan.
De rechtbank vernietigde de legesaanslag en de uitspraak op bezwaar, veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en bevestigde dat de legesheffing onterecht was. Hiermee werd het beroep van eiser gegrond verklaard.