Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Haarlem,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
Zoals hiervoor in 3.4.2 en 3.4.3 is overwogen, is
art. 6bis lid 1 BC na de wijziging daarvan in 1948 uitsluitend in art. 25 lid Pro 1, aanhef en onder d, Aw geïmplementeerd, en voorziet de verzetgrond genoemd onder c van die bepaling sindsdien in aanvullende bescherming waarbij het bepaalde in art. 6bis lid 1 BC geen rol speelt. Het onder c bepaalde heeft slechts zelfstandige betekenis naast het onder d bepaalde voor wijzigingen in het werk die niet tot reputatieschade kunnen leiden (zie hiervoor in 3.4.3). In het oordeel dat het bij de wijzigingen aan de noordgevel gaat om wijzigingen als bedoeld in art. 25 lid Pro 1, onder c, Aw ligt dan ook besloten dat in verband met die wijzigingen van reputatieschade geen sprake kan zijn. Onderdeel 2.1 stuit daarop af.
4.Beslissing
29 maart 2019.