Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 oktober 2018, betreffende een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen over medewerking aan een executoriale beslaglegging.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is. Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van cassatieberoepen tegen uitspraken van de administratieve rechter indien dit bij wet is bepaald. In deze zaak ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.
Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens ziet de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2019.