Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 17 april 2018, nr. 17/00613, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam betreffende een bedrag aan overdrachtsbelasting dat zij op aangifte had voldaan. Eerder had de Hoge Raad een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling.
In het tweede cassatiegeding heeft belanghebbende een middel voorgesteld tegen de uitspraak van het Hof Amsterdam. De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden omdat het geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee is het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam bevestigd en is de zaak definitief beslecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.