Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
9 april 2019.
Hoge Raad
De betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 maart 2018, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen.
De betrokkene voerde onder meer aan dat het hof ten onrechte een tot bewijsuitsluiting strekkend verweer had verworpen, omdat geen contra-expertise meer mogelijk zou zijn. De Hoge Raad overwoog dat het middel niet leidt tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad bevestigde dit en wees het beroep af. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering.