Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beoordeling van het derde middel
6.Beoordeling van het vierde middel
7.Beslissing
16 april 2019.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld wegens feitelijke leiding geven aan het onttrekken van een deel van het machinepark en de inventaris van een B.V. aan een krachtens de wet gelegd beslag. Het beslag was gelegd door een belastingdeurwaarder vanwege een openstaande belastingschuld. De verdachte had via een koopovereenkomst de beslagen goederen verkocht en geleverd aan een derde, die tevens de huur van het bedrijfspand overnam.
De Hoge Raad oordeelde dat het verzuim van de belastingdeurwaarder om het beslag tijdig aan de eigenaar te betekenen de geldigheid van het beslag niet aantast. Verder is voor het begrip onttrekking niet relevant of de beslaglegger door de gedraging is benadeeld; het gaat om eerbiediging van een daad van openbaar gezag. Het hof had vastgesteld dat de verkoop en levering van de zaken waarop beslag rustte, ondanks dat deze niet fysiek waren verplaatst, een onttrekking aan het beslag vormde.
De Hoge Raad vernietigde het arrest alleen voor wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie. De geldboete werd verminderd van €9.000,- naar €8.550,- en de hechtenis van tachtig naar 77 dagen. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld voor onttrekking aan beslag met een geldboete van €8.550,- en 77 dagen vervangende hechtenis.