ECLI:NL:HR:2019:622

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
17 april 2019
Zaaknummer
17/01622
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140 SrArt. 81 ROArt. 359.5 SvArt. 359.6 SvArt. 6 EVRM
Verwijzingen
9 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in megazaak Peseta

In deze zaak staat deelname aan een criminele organisatie centraal, waarbij valse salarisstroken en werkgeversverklaringen werden opgesteld om hypothecaire leningen en bouwdepots te verkrijgen. De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden, maar constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden.

Als gevolg daarvan vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest dat betrekking had op de duur van de gevangenisstraf en verminderde deze van twaalf maanden naar elf maanden en een week. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 16 april 2019.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van twaalf maanden naar elf maanden en een week wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

16 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/01622
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 maart 2017, nummer 21/001125-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben C. Grijsen, advocaat te Almere, en R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze elf maanden en een week beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2019.