Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
1999:ZD1169).
3.Beslissing
23 april 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het voorhanden hebben van 100 patronen munitie in zijn woning. Het hof stelde vast dat de munitie in een rode tas met opdruk in de ouderslaapkamer lag en oordeelde dat verdachte hiervan op de hoogte moest zijn geweest, dan wel dat hij de tas had moeten onderzoeken.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de aanwezigheid van de munitie, mede omdat meerdere personen in de woning verbleven en de verdachte geen kennis had van de inhoud van de tas. Het hof verwierp dit verweer en hield verdachte verantwoordelijk.
De Hoge Raad herhaalt de vereisten voor veroordeling op grond van artikel 26 WWM Pro, namelijk dat verdachte zich bewust moet zijn geweest van de aanwezigheid van de munitie. De enkele omstandigheid dat verdachte de tas niet onderzocht heeft, is onvoldoende om dit bewustzijn aan te nemen. De bewezenverklaring is daarom ontoereikend gemotiveerd.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van het bewustzijn van verdachte over de munitie.