ECLI:NL:HR:2019:840
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen beslag op verbeurdverklaarde voertuigen in hennepteeltzaak
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van klaagster verworpen tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland. Het geschil betreft het beslag op twee auto’s die onder de zoon van klaagster stonden, welke voertuigen bij een onherroepelijk vonnis in een strafzaak tegen de zoon zijn verbeurdverklaard. De zaak tegen klaagster zelf was geseponeerd, terwijl de zoon bij haar in huis woonde.
Klaagster stelde dat de rechtbank artikel 33a, tweede lid, Sr had geschonden door niet te beoordelen of de verbeurdverklaarde voertuigen aan haar toebehoorden. Tevens betwistte zij de motivering van de rechtbank dat zij had kunnen vermoeden waarvoor haar zoon de voertuigen gebruikte.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de aangevoerde gronden niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het beslag op de verbeurdverklaarde voertuigen.