Conclusie
De feiten
Het beklag
Het standpunt van de officier van justitie
De beoordeling
voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan”.
Voorwerpen als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met e die niet aan de veroordeelde toebehoren kunnen alleen verbeurd worden verklaard indien:
eerste middelklaagt dat de rechtbank in strijd met art. 33a lid 2 Sr in het midden heeft gelaten of de verbeurdverklaarde auto’s al dan niet aan de klaagster toebehoorden.
tweede middelbevat de klacht dat het oordeel van de rechtbank dat de klaagster minst genomen had kunnen vermoeden waartoe beslagene de voertuigen gebruikte, onvoldoende met redenen is omkleed dan wel zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.