ECLI:NL:HR:2019:847

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2019
Publicatiedatum
4 juni 2019
Zaaknummer
17/04999
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 408 lid 1 sub a SvArt. 51 oud SvArt. 80a RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bezit harddrugs

Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingesteld, met verwijzing naar artikel 408 lid 1 sub a van Pro het Wetboek van Strafvordering.

In cassatie stelde verdachte dat er sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding vanwege niet-naleving van artikel 51 van Pro het oude Wetboek van Strafvordering en andere omstandigheden. De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moest worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende belang hadden of niet tot cassatie konden leiden en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Hiermee werd bevestigd dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en dat het cassatieberoep niet ontvankelijk was.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

4 juni 2019
Strafkamer
nr. S 17/04999
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 29 september 2017, nummer 21/005274-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van
art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 juni 2019.