ECLI:NL:PHR:2019:588
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding ondanks niet-naleving kennisgeving dagvaarding
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter en stelde hoger beroep in na de wettelijke termijn van veertien dagen. De raadsman voerde aan dat hij niet op de hoogte was gesteld van de zitting, waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar werd geacht.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwees naar een eerdere uitspraak waarin is bepaald dat het niet-naleven van artikel 51 (oud) Sv, dat betrekking heeft op de kennisgeving van de dagvaarding aan de raadsman, geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert indien de dagvaarding aan de verdachte zelf is betekend. Hierdoor kan de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep als dit niet binnen veertien dagen na de einduitspraak is ingesteld.
Het cassatieberoep faalt en wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van het Wetboek van Rechtsvordering. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging van het bestreden arrest aangetroffen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening van het hoger beroep.