ECLI:NL:HR:2019:897

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 juni 2019
Publicatiedatum
7 juni 2019
Zaaknummer
17/04527
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.C OpiumwetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen bezit 1.040 gram hasj

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van 1.040 gram hasj in diverse ruimtes van de woning van de verdachte en haar partner.

De kernvraag was of de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen. De advocaat van de verdachte heeft een middel van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat het middel geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept.

Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en Van den Brink, en het beroep is verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen bezit van 1.040 gram hasj.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04527
Datum11 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 september 2017, nummer 21/003698-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 juni 2019.