Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
483 en 484, inhoudende als relaas van de verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 7] of één van hen:
3.Beslissing
11 juni 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van circa 146 kg hennep en 507 kg hasjiesj.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder telefoontaps, sms-berichten, camerabeelden van laden en transport, observaties en verklaringen van verdachte en medeverdachten. Uit deze bewijzen bleek dat verdachte in de loods aanwezig was om kisten met drugs in ontvangst te nemen en klaar te maken voor transport naar Duitsland, en dat hij nauw samenwerkte met anderen.
De verdediging voerde aan dat het opzet van verdachte om de drugs buiten Nederland te brengen niet voldoende uit de bewijsvoering bleek. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit opzet niet zonder meer uit de bewijsmiddelen kon afleiden en dat de motivering van het hof in zoverre niet aan de eis der wet voldeed.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het opzet betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van dit onderdeel. De overige onderdelen van het arrest blijven in stand.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het opzet betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.