ECLI:NL:HR:2019:953
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een belastingaanslag en belastingrente over het jaar 2013. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Deze betaling is niet voldaan.
Na een nadere gelegenheid voor belanghebbende om een verklaring te geven voor het niet tijdig betalen, oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde redenen onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb moest het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 14 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.