ECLI:NL:HR:2019:961

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2019
Publicatiedatum
14 juni 2019
Zaaknummer
17/04971
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in meervoudige oplichtingszaak met toewijzing vorderingen benadeelden

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 oktober 2017, waarin de verdachte werd veroordeeld voor meermalige oplichting. De verdachte, geboren in 1969, stelde via zijn advocaat een middel van cassatie voor. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, en wees het beroep daarom af.

Het arrest bevestigt de eerdere uitspraak waarin de vorderingen van de benadeelde partijen werden toegewezen. De Hoge Raad handhaafde hiermee de strafrechtelijke beoordeling van het hof en de toegewezen schadevergoedingen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president van Schendel als voorzitter, met de raadsheren Van den Brink en Claassens, en werd uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Deze beslissing onderstreept het belang van rechtszekerheid en bevestigt dat de cassatie alleen wordt toegewezen indien er wezenlijke rechtsvragen spelen. De verdachte blijft daarmee veroordeeld voor de oplichtingsfeiten en de benadeelden krijgen hun vorderingen toegewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling en toewijzing van vorderingen in de oplichtingszaak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/04971
Datum18 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 oktober 2017, nummer 20/003237-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.H. van Huijgevoort, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
18 juni 2019.