Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 juni 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor poging zware mishandeling, mishandeling en meermalen gepleegde vernieling. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in. Namens de verdachte diende advocaat J.S. Nan een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, mede gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het beroep werd derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen.