Belanghebbende kreeg voor het jaar 2013 aanslagen opgelegd voor inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, inclusief een verzuimboete wegens het niet tijdig doen van aangifte. De Inspecteur verklaarde de bezwaren ongegrond. De Rechtbank stelde vast dat de aanslagen op redelijke schatting waren gebaseerd en de boete passend was, maar verklaarde het beroep gegrond wegens schending van de hoorplicht en kende proceskostenvergoeding toe.
Het Hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en onderschreef de Rechtbank. Belanghebbende klaagde dat het Hof niet had beslist op zijn verzoek om vergoeding van reis- en verletkosten voor het bijwonen van de Rechtbankzitting. De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht slaagt en dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van €48,26 voor reis- en verletkosten, met uitzondering van tijdverzuim door het lezen van stukken.
De Hoge Raad vernietigt de uitspraken van Rechtbank en Hof voor zover zij geen vergoeding toekenden voor reis- en verletkosten, veroordeelt de Staatssecretaris en Inspecteur tot betaling van griffierechten, proceskosten en de genoemde reis- en verletkosten. De overige klachten worden niet behandeld wegens gebrek aan belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.