ECLI:NL:HR:2019:998

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2019
Publicatiedatum
20 juni 2019
Zaaknummer
18/02348
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt toewijzing schadevergoeding wegens gebrekkige advisering makelaar bij huur bedrijfsruimte

In deze zaak stond de vraag centraal of Rappange Makelaardij aansprakelijk was voor schade die Torn B.V. had geleden door gebrekkige advisering bij de bemiddeling van de huur van bedrijfsruimte. Na eerdere cassatie en verwijzing door de Hoge Raad in 2016, oordeelde het gerechtshof Den Haag dat Torn recht had op schadevergoeding wegens exploitatieverlies.

Rappange stelde zich in cassatie op het standpunt dat het hof ten onrechte de gevorderde schadevergoeding had toegewezen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en oordeelt dat de klachten van Rappange niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de beslissing van het hof. Tevens wordt Rappange veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is de aansprakelijkheid van Rappange voor de schade wegens gebrekkige advisering definitief vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Rappange wordt verworpen en de schadevergoeding aan Torn wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/02348
Datum21 juni 2019
ARREST
In de zaak van
RAPPANGE MAKELAARDIJ B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: Rappange,
advocaat: mr. D. Rijpma,
tegen
TORN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Torn,
advocaat: mr. J.P. Heering.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 15/04699, ECLI:NL:HR:2016:2993, van 23 december 2016;
b. het arrest in de zaak 200.213.492/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 februari 2018.
Rappange heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. Torn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Rappange heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Rappange in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Torn begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
21 juni 2019.