ECLI:NL:HR:2020:1027

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2020
Publicatiedatum
8 juni 2020
Zaaknummer
19/04983
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste kwalificatie rechthebbende op inbeslaggenomen hond

De zaak betreft een klaagschrift tegen een beslag op een Maltezer Leeuwtje, waarbij de rechtbank oordeelde dat klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de hond kon worden aangemerkt. De hond was in bewaring gegeven aan de dochter van klaagster, die door de rechtbank als rechthebbende werd beschouwd.

De Hoge Raad stelt vast dat de redenering van de rechtbank juridisch onvoldoende onderbouwd is en onvoldoende rekening houdt met het scenario dat de bewaarster slechts tijdelijk voor de hond zorgde zonder eigendomsrecht. Ook het eerdere standpunt van de officier van justitie dat de bewaarster als rechthebbende moest worden aangemerkt, en de latere terugtrekking daarvan, geven geen eigendomsrecht aan de bewaarster.

De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant voor herbehandeling en nieuwe beslissing op het klaagschrift. Hiermee wordt erkend dat de belangen van klaagster als eigenaar van de hond onvoldoende zijn meegewogen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/04983 B
Datum9 juni 2020
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 20 augustus 2019, nummer RK 19/1088, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944,
hierna: de klaagster.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft L.C.J. Sars, advocaat te Helmond, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat de klaagster niet redelijkerwijs als rechthebbende op de inbeslaggenomen hond kan worden aangemerkt.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2020.