ECLI:NL:HR:2020:103
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbenden, fiscale partners, hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 2006 tot en met 2017. Zij deden een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht, onderbouwd met gegevens waaronder een AOW-uitkering.
De Belastingdienst wees het beroep op betalingsonmacht af omdat niet aan de criteria was voldaan. De griffier van de Hoge Raad stelde belanghebbenden bij aangetekende brief in de gelegenheid het griffierecht binnen vier weken te voldoen. Deze brief werd afgeleverd, maar betaling bleef uit.
Vervolgens werd belanghebbenden gevraagd te verklaren waarom het griffierecht niet was betaald. Hun reactie bood geen grond om het verzuim te verwerpen. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten aan belanghebbenden op te leggen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 24 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.