ECLI:NL:HR:2020:1435

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2020
Publicatiedatum
15 september 2020
Zaaknummer
20/00366
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht

Belanghebbenden hebben een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad. Voor dit verzoek was griffierecht verschuldigd. Belanghebbenden deden een beroep op betalingsonmacht, maar hebben niet de vereiste verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen de gestelde termijn ingediend.

De griffier heeft belanghebbenden meerdere malen aangeschreven en hen in de gelegenheid gesteld het griffierecht alsnog te betalen of een verklaring te overleggen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan en is de verklaring niet ingediend.

De Hoge Raad oordeelt dat het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en op 18 september 2020 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/00366
Datum18 september 2020
ARREST
in de zaak van
[X 1] en [X 2] te [Z] (hierna: belanghebbenden)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het verzoek van belanghebbenden tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 24 januari 2020, nr. 19/04478, ECLI:NL:HR:2020:103.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

Belanghebbenden hebben ter zake van betaling van het voor het herzieningsverzoek verschuldigde griffierecht een beroep op betalingsonmacht gedaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 3 maart 2020 in de gelegenheid gesteld de daarbij gevoegde verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen twee weken na dagtekening van die brief, volledig ingevuld en ondertekend aan de Hoge Raad terug te zenden. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres. Belanghebbenden hebben de hiervoor vermelde verklaring niet aan de Hoge Raad geretourneerd.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij aangetekende brief van 18 april 2020 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbenden opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbenden bij brief van 22 mei 2020 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet tijdig is betaald. Hetgeen belanghebbenden in hun brief van 23 mei 2020 aanvoeren, vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbenden niet in verzuim zijn geweest.
Het verzoek tot herziening moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020.