Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
9 juni 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor betrokkenheid bij een schietpartij in Lithoijen en het voorhanden hebben van munitie. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had het voorhanden hebben van munitie meermalen gekwalificeerd, wat door de verdachte in cassatie werd aangevochten.
De advocaat-generaal stelde voor het arrest van het hof te vernietigen, maar uitsluitend om de kwalificatie te verbeteren. De Hoge Raad oordeelde dat het bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie slechts één strafbaar feit oplevert, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:1997:ZD0737 en ECLI:NL:HR:2005:AS6030).
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor wat betreft de kwalificatie en verbeterde deze tot medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd bevestigd dat het voorhanden hebben van meerdere patronen van categorie II en III slechts één strafbaar feit vormt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de kwalificatie en kwalificeert het voorhanden hebben van munitie als één strafbaar feit volgens artikel 26 lid 1 WWM.