ECLI:NL:HR:2020:1042

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2020
Publicatiedatum
11 juni 2020
Zaaknummer
19/02446
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 3:185 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling motiveringsklachten bij verdeling nalatenschap in cassatie

In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende de verdeling van een nalatenschap. De procedure betreft een geschil over de afwikkeling van goederenrechtelijke aspecten van een nalatenschap, waarbij motiveringsklachten tegen het hofarrest centraal stonden.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de motivering van het oordeel nader te geven, aangezien de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding, die aan de zijde van verweerders op nihil worden begroot. Hiermee blijft het hofarrest in stand en is de verdeling van de nalatenschap definitief vastgesteld.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/02446
Datum12 juni 2020
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaten: A.H. Vermeulen en A.H.H. Conradi-Vermeulen,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats], Spanje,
2. [verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/342263/HA ZA 13-283 van de rechtbank Midden-Nederland van 23 april 2014, 16 juli 2014, 23 december 2015 en 12 oktober 2016;
het arrest in de zaak 200.213.435 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 februari 2019.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerders] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
12 juni 2020.