ECLI:NL:HR:2020:105
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van eiser tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De kern van de beoordeling betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechtelijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van een cassatieberoep tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover dit bij wet is toegestaan.
In deze zaak ontbrak een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep toestaat. Daarom werd het beroep in cassatie door de Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan een der partijen toe te wijzen.
De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.