ECLI:NL:HR:2020:105

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 januari 2020
Publicatiedatum
22 januari 2020
Zaaknummer
19/05177
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechtelijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep

In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van eiser tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De kern van de beoordeling betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie. Volgens artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechtelijke organisatie kan de Hoge Raad alleen kennisnemen van een cassatieberoep tegen bestuursrechterlijke uitspraken voor zover dit bij wet is toegestaan.

In deze zaak ontbrak een wettelijke bepaling die cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep toestaat. Daarom werd het beroep in cassatie door de Hoge Raad niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan een der partijen toe te wijzen.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/05177
Datum24 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] , België
tegen
de MINISTER VAN ONDERWIJS CULTUUR EN WETENSCHAP
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 oktober 2019, nr. 17/6965 WSF.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechtelijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als deze. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2020.