Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
16 juni 2020.
Hoge Raad
De zaak betreft een strafzaak over doodslag en gekwalificeerde doodslag gepleegd in januari 2013 te Groningen. De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 jaar en tbs met dwangverpleging. In cassatie richtte de verdachte zich tegen het oordeel over het oogmerk bij de gekwalificeerde doodslag en het (voorwaardelijk) opzet op de dood bij de andere doodslag, alsmede tegen de combinatie van de opgelegde straf en maatregel.
De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het beroep in cassatie is derhalve verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 16 juni 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen; de straf van 24 jaar gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging blijft gehandhaafd.