ECLI:NL:HR:2020:1107
Hoge Raad
- Cassatie
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- M.E. van Hilten
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over bestuurdersaansprakelijkheid en informatieplicht bij naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende is aansprakelijk gesteld als bestuurder van een coöperatie voor naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2010-2013, inclusief heffingsrente en vervolgingskosten. Hij betwistte onder meer de hoogte van de aansprakelijkstelling en verzocht om inzage in de administratie en bescheiden die ten grondslag liggen aan de naheffingsaanslagen.
Het Hof Den Haag oordeelde dat belanghebbende onvoldoende had gespecificeerd welke stukken ontbraken en dat de informatievoorziening voldoende was. De Hoge Raad stelt echter dat op grond van de Invorderingswet 1990 en de Algemene wet bestuursrecht de ontvanger verplicht is om alle relevante gegevens en stukken, ook die van de inspecteur, aan belanghebbende en de bestuursrechter te verstrekken wanneer de omvang van de belastingschuld ter discussie staat.
Omdat de ontvanger deze stukken niet heeft verstrekt noch overgelegd, oordeelt de Hoge Raad dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Ook het oordeel over ernstige nalatigheid van belanghebbende wordt vernietigd. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van deze richtlijnen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.