ECLI:NL:HR:2020:1124

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2020
Publicatiedatum
24 juni 2020
Zaaknummer
19/01313
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 300 lid 2 SrArt. 300 lid 3 SrArt. 304 lid 1 SrArt. 255 Sr
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak ouders in cassatie na overlijden baby door geweld

In deze strafzaak stond de vader terecht voor medeplegen van gekwalificeerde mishandeling en het opzettelijk in hulpeloze toestand laten van zijn acht maanden oude baby, die in 2010 overleed als gevolg van geweld. Het gerechtshof Amsterdam sprak de vader vrij van deze beschuldigingen.

Het openbaar ministerie stelde cassatieberoep in tegen deze vrijspraak. De raadsman van de verdachte voerde verweer tegen het cassatieberoep. De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van het openbaar ministerie beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van het openbaar ministerie verworpen, waarmee de vrijspraak van de vader definitief is geworden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vrijspraak van de vader.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/01313
Datum30 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 8 maart 2019, nummer 23/003762-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsvrouw van de verdachte, J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, E.S.G.N.A.I. van de Griend, A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2020.