Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
30 juni 2020.
Hoge Raad
De klager had een klaagschrift ingediend tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 18 december 2018, waarin de rechtbank het klaagschrift tot teruggave van zijn rijbewijs ongegrond verklaarde. De advocaat-generaal heeft in haar conclusie gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het rijbewijs inmiddels op 5 juni 2019 aan de klager is teruggegeven.
De Hoge Raad heeft deze conclusie gevolgd en geoordeeld dat de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
De beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering. Het vonnis is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 juni 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat het rijbewijs reeds is teruggegeven.