Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1170

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2020
Publicatiedatum
30 juni 2020
Zaaknummer
19/03112
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14.1 WWMArt. 81 ROArt. 342 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring medeplegen wapensmokkel naar Duitsland

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het doen uitgaan van vuurwapens en munitie naar Duitsland, bestemd voor een nieuw opgerichte chapter van een motorclub in Duisburg. Deze wapensmokkel vond plaats in het kader van een bendeoorlog met een andere motorclub.

Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de afwijzing van getuigenverzoeken, de vraag of de bewezenverklaring van de gedragingen met de wapens slechts op basis van een wapenrapportage mogelijk was, en de vraag of uit het bewijsmateriaal kon worden afgeleid dat verdachte op de hoogte was van de levering van wapens. Ook werd betwist of het bewijs voldeed aan het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro (unus testis).

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03112
Datum30 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 juni 2019, nummer 21-000545-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2020.