ECLI:NL:HR:2020:1225

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 juli 2020
Publicatiedatum
2 juli 2020
Zaaknummer
19/02844
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in geschil over internationale overeenkomst en bewijslast

In deze zaak heeft Termexim Ltd. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof een geschil met Glencore Agriculture B.V. beslecht over internationale privaatrechtelijke aspecten en verbintenissenrecht. De Hoge Raad heeft de klachten van Termexim beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Rotterdam en het arrest van het hof Den Haag voor de feiten en de procesgang. De klachten betreffen onder meer de stelplicht en bewijslast in het kader van overeenkomstenrecht en motiveringsklachten, maar de Hoge Raad acht het niet nodig deze uitgebreid te motiveren omdat de klachten geen belang hebben voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het cassatieberoep wordt verworpen en Termexim wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, inclusief verschotten en salaris advocaat, te vermeerderen met wettelijke rente bij niet tijdige betaling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Snijders, Polak en uitgesproken door Du Perron op 3 juli 2020.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Termexim wordt verworpen en Termexim wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/02844
Datum3 juli 2020
ARREST
In de zaak van
TERMEXIM LTD.,
gevestigd te Nicosia, Cyprus,
EISERES tot cassatie,
hierna: Termexim,
advocaat: J.A.J. Leeman,
tegen
GLENCORE AGRICULTURE B.V., voorheen genaamd Glencore Grain B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Glencore,
advocaten: J. de Bie Leuveling Tjeenk en J.W.M.K. Meijer.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/10/459226/HA ZA 14-931 van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2015, 19 augustus 2015 en 1 februari 2017;
het arrest in de zaak 200.215.935/02 van het gerechtshof Den Haag van 12 maart 2019.
Termexim heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Glencore heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
  • verwerpt het beroep;
  • veroordeelt Termexim in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Glencore begroot op € 6.802,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien Termexim deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op
3 juli 2020.