Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 12 maart 2019
Glencore Agriculture B.V. (voorheen: Glencore Grain B.V.),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
(a) Termexim is een logistieke dienstverlener, die onder meer optreedt als vervoerder, expediteur en verhuurder van vervoermiddelen. Zij is gevestigd in Nicosia, Cyprus.
(b) Glencore is een in Rotterdam gevestigde internationale handelaar in met name granen, die zij voornamelijk in Rusland en Kazachstan inkoopt. Glencore verkoopt de zaken op de internationale markt.
(c) Partijen hebben drie overeenkomsten (hierna tezamen: de Overeenkomsten ) gesloten: op 8 februari 2012 overeenkomst 0802-TR, op 29 maart 2012 overeenkomst 2903-TR en op 5 april 2012 overeenkomst 0504-TR. De Overeenkomsten zijn opgesteld in twee talen: de Engelse en de Russische taal. Op grond van de Overeenkomsten diende Termexim aan Glencore (breed)spoorwagons in Rusland, Kazachstan en Oekraïne ter beschikking te stellen om granen van Glencore te vervoeren naar Odessa (Oekraïne).
(d) In de periode van 1 maart 2012 tot en met 1 juli 2013 heeft Glencore betalingen op een bankrekening van Termexim in Letland gedaan tot een totaalbedrag van US$ 10.036.134,10.
(e) Termexim heeft vanaf maart 2014 aan Glencore facturen gezonden voor een totaalbedrag van US$ 7.225.763,74, die Termexim onbetaald heeft gelaten.
(i) US$ 7.387.787,11 met rente,
(ii) US$ 7.126,-- per dag terzake van overeenkomst 0802-TR, vanaf 1 august 2014 tot en met 8 februari 2015 met rente,
(iii) US$ 6.413,40 per dag terzake van overeenkomst 2903-TR vanaf 1 augustus 2014 tot en met 30 april 2015 met rente,
(iv) US$ 3.563,-- per dg terzake van overeenkomst 0504-TR vanaf 1 augustus 2014 tot en met 30 april 2015 met rente en
(v) US$ 6.775,-- aan incassokosten met rente,
met veroordeling van Glencore in de proceskosten.
Zij stelt daartoe dat Glencore, nadat Glencore aanvankelijk haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de Overeenkomsten was nagekomen, facturen van Termexim ondanks sommatie daartoe onbetaald heeft gelaten tot de gevorderde bedragen. Glencore is daarmee tekort geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen, aldus Termexim. Haar vordering strekt primair tot nakoming (van de betalingsverplichting) en subsidiair tot schadevergoeding.
(i) US$ 10.036.134,10 met rente en
(ii) de kosten die zij aan ABN Amro verschuldigd is voor het stellen en in stand houden van de aan Termexim afgegeven bankgarantie, nader op te maken bij staat,
met veroordeling van Termexim in de proceskosten.
Zij stelt daartoe dat zij de facturen van Termexim tot het gevorderde bedrag onverschuldigd aan Termexim heeft betaald. Aan haar vordering legt zij primair ten grondslag dat de Overeenkomsten naar het daarop toepasselijke recht moeten worden gekwalificeerd als (onder)huurovereenkomsten die wegens strijd met publiekrechtelijke bepalingen nietig, althans vernietigd, dan wel beëindigd/ontbonden zijn. Subsidiair legt Glencore aan haar vordering ten grondslag dat Termexim geen enkele overeengekomen prestatie heeft geleverd en dat zij Termexim dus ook niets verschuldigd is. Naar zij stelt, heeft zij tevens recht op vergoeding van de kosten voor het stellen van de bankgarantie.
bis-Verordening) van toepassing is. Nu Glencore haar woonplaats heeft in Nederland en geen sprake is van exclusieve bevoegdheid van een gerecht van een andere lidstaat op grond van artikel 22 Brussel Pro I-Verordening, is het hof op grond van artikel 4 lid 1 Brussel Pro I-Verordening internationaal bevoegd om dit geschil in hoger beroep te beoordelen. Op grond van artikel 7 lid 2 Rv Pro is het hof eveneens bevoegd van de vordering in reconventie kennis te nemen.
In dit geschil voor de Nederlandse rechter moeten processuele kwesties worden beoordeeld naar Nederlands burgerlijk procesrecht.
‘Article 213
(…)
lease agreement) en 929 (
freight forwarding agreement) OBW. Deze bepalingen luiden, voor zover hier van belang:
(…)’
2. A rent agreement may determine an obligation to pay rent perpetually (open-ended rent) or within a specific period.’
Termexim moet aan Glencore een bepaald aantal treinwagons – vervoermiddelen voor graan – ter beschikking stellen voor een bepaalde periode, waarvoor Glencore een vergoeding van US$ 35,-- per wagon per dag verschuldigd is, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen. Binnen drie dagen na ondertekening van het contract door Termexim moet Glencore een betaling doen – een bepaald bedrag per wagon – voor de organisatie van reparaties en het verplaatsen (‘transfer’) van de te huren wagons en voorts een maand huur vooruit betalen. De wagons moeten ter beschikking worden gesteld binnen drie maanden na ontvangst van de vooruitbetaling op de rekening van Termexim. Voor activiteiten in verband met het functioneren (‘operating’) van de gehuurde treinwagons betaalt Glencore Termexim een vergoeding per wagon per dag. Het (vookeurs)recht om de expediteursdiensten met betrekking tot huurwagons te leveren, blijft aan Termexim op voorwaarde dat zij marktconforme tarieven in rekening brengt. In overeenkomsten 2903-TR en 0504-TR is aan deze bepaling toegevoegd: ‘All commission are paid on the transfer of funds by the Customer.’ Volgens overeenkomst 0802-TR draagt Termexim op kosten van Glencore zorg voor het aanleveren van de wagons op het treinstation van Lvov, het schoonmaken van de wagons en terugbrengen daarvan naar het laadstation en het aanleveren van schriftelijke informatie (kopieën van vervoersdocumenten) over aankomstdata (op het laadstation of, in het geval dat de wagons buiten het douanegebied van de Oekraïne worden gezonden, het grensstation). In overeenkomsten 2903-TR en 0504-TR is bepaald dat Glencore de kosten van Termexim in verband met het bij de douane in- en uitklaren van de wagons vergoedt.
blijftTermexim gerechtigd die te verrichten, mits tegen een marktconform tarief, en behoudt Glencore zich het recht voor om anders een andere expediteur in te schakelen.
‘Each party shall prove the facts that it refers to as a ground for its claims and defenses.’
Een en ander geldt zowel in conventie als in reconventie; naar Oekraïens recht hoeft zij geen negatieve feiten te bewijzen, aldus Glencore. Zij voert verder aan dat ook als Nederlands recht van toepassing zou zijn op de bewijslastverdeling, op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv Pro de bewijslast op Termexim rust.
Termexim betwist dat de bewijslastverdeling wordt beheerst door Oekraïens recht. Onder verwijzing naar de conclusie van A-G Vlas voor HR 10 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1139 en naar artikel 14 EVO Pro stelt zij dat alleen in het geval dat een bepaling van materieel recht een wettelijk vermoeden of een bijzondere regel van bewijslastverdeling bevat, de bewijslastverdeling wordt beheerst door het materiële recht. Buiten die gevallen moet de bewijslastverdeling beoordeeld worden naar het formele recht en geldt naar Nederlands procesrecht de algemene bewijslastbepaling van art. 150 Rv Pro, aldus Termexim.
In reconventie is de grondslag van de vordering echter niet nakoming van een contractuele betalingsverplichting, maar de door Glencore gestelde regel van Oekraïens recht dat zij bij niet-nakoming door Termexim recht heeft op terugbetaling van de vooruit betaalde bedragen. Op Glencore rust dan de bewijslast van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat Termexim haar verplichting om de wagons ter beschikking te stellen niet is nagekomen. Het hof merkt in dit verband nog op dat dergelijke feiten en omstandigheden niet zonder meer zijn aan te merken als negatieve feiten.
(a) De Overeenkomsten zijn namens Glencore ondertekend door [A] op achtereenvolgens 8 februari 2012, 29 maart 2012 en 5 april 2012.
(b) Met betrekking tot overeenkomsten 0802-TR en 2903-TR zijn over de periode maart 2012 tot en met juli 2012 verschillende
Acts of executed worksovergelegd (bijlage bij de opinie van Maritime Consuling Agency van 18 april 2018) waarin wordt bevestigd dat Termexim in de desbetreffende maand diensten heeft verleend zoals overeengekomen. Daarin zijn ook de over die maand verschuldigde kosten vermeld. Twee
Acts of executed works,die van maart en april 2012, zijn namens Glencore ondertekend door [A] .
(c) Met betrekking tot overeenkomst 2903-TR hebben partijen drie aanvullende overeenkomsten gesloten op respectievelijk 1 juli 2012, 1 maart 2013 en 1 mei 2013, die namens Glencore eveneens zijn ondertekend door [A] .
(d) Termexim heeft in de periode van 1 maart 2012 tot en met 1 juli 2013 op haar bankrekening betalingen van Glencore ontvangen tot een totaalbedrag van US$ 10.036.134,10.
(e) In januari 2014 heeft de volgende e-mailcorrespondentie plaatsgevonden tussen [B] (e-mailadres: [e-mailadres] ) en [C] namens Glencore met als onderwerp ‘Termexim – collaboration/balance rented cars’. Op 23 januari 2014 berichtte [B] Glencore:
All invoices have been paid by Glencore, respectively, all the services we have closed by Termexim.
At the expiration after each month Termeksim sent documents to close when the service was provided, performed works.
Now there is nothing to send as services aren’t rendered, respectively settlement is closed.’
Please confirm that contract 2903-TR is also closed.’
(g) Bij brief van 25 juni 2014 heeft Glencore Termexim als volgt bericht:
(…)
However, Termexim Ltd has not provided Glencore Grain B.V. with the services mentioned in the Invoices (namely, rent of railcars), and Glencore Grain B.V., respectively, has not received such services. In particular, we have not received any railroad cars from Termexim Ltd. At the same time, Glencore Grain B.V. has not instructed any entities to receive and/or use the railcars instead of Glencore Grain B.V. Consequently, Termexim Ltd is in default of its obligations regarding the lease of the railcars. Therefore, Glencore Grain B.V. has no obligation to make payments under these Invoices.
Acts of executed worksvan maart en april 2012 zijn namens Glencore ondertekend door [A] . Nu de echtheid van de handtekeningen van [A] niet is betwist, leveren deze onderhandse aktes naar Nederlands bewijsrecht dwingend bewijs op dat de daarin vermelde treinwagons in de maanden maart en april 2012 aan Glencore ter beschikking zijn gesteld. Het hof merkt op dat dit een kwestie is van bewijskracht van akten, waarop Nederlands bewijsrecht (artikel 157 lid 2 Rv Pro) van toepassing is, en geen kwestie van bewijslastverdeling. Het ontbreken van latere
Acts of executed worksheeft Termexim, onder verwijzing naar een e-mail van [B] aan medewerkers van […] van 8 augustus 2012 met handgeschreven aantekeningen, aldus verklaard dat zij op verzoek van Glencore hiermee is gestopt. Partijen hebben nog drie aanvullende overeenkomsten gesloten, de laatste op 1 mei 2013, wat niet voor de hand ligt indien aan de Overeenkomsten geen uitvoering werd gegeven. Bovendien kan in de stelling van Glencore (conclusie van antwoord in conventie onder 8.19) dat er door Termexim geen diensten waren verricht ‘sinds mei 2013’ (een erkenning) worden gelezen dat (in ieder geval) tot die datum door Termexim wel diensten zijn verricht. Glencore heeft Termexim tot en met juli 2013 (facturen van) in totaal US$ 10.036.134,10 betaald. Het ging hierbij steeds om (onder meer) maandelijkse vooruitbetalingen. In aanmerking genomen dat Termexim binnen drie maanden na ontvangst van de vooruitbetaling de wagons ter beschikking diende te stellen, zou in het geval dat Termexim in het geheel geen treinwagons ter beschikking heeft gesteld, in ieder geval vanaf 1 juni 2012 aan Glencore duidelijk moeten zijn geweest dat Termexim haar contractuele verplichting niet nakwam. Glencore heeft ook ter zitting van het hof geen verklaring kunnen geven waarom zij desondanks nog veertien maanden lang, tot en met juli 2013, maandelijks vooruitbetalingen is blijven doen. In het licht hiervan gaat het hof aan de stelling van Glencore dat Termexim geen wagons ter beschikking heeft gesteld als niet, dan wel onvoldoende onderbouwd voorbij, voor zover het de periode tot en met juli 2013 betreft. Voor (tegen)bewijslevering is geen plaats. Hieruit volgt dat Glencore geen recht heeft op terugbetaling van het door haar betaalde bedrag van US$ 10.036.134,10.
ter beschikking gestelde wagon(per dag).