Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Wieringerwerf, gemeente Hollands Kroon,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van de middelen
4.Proceskosten
5.Beslissing
10 juli 2020.
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiseres vergoeding van schade wegens een toerekenbare tekortkoming van CAV. Het hof Den Haag kende schadevergoeding toe en bepaalde dat de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding (24 juni 2009) verschuldigd was, omdat eiseres niet had aangegeven wanneer de schade was geleden.
Eiseres stelde dat de wettelijke rente moest ingaan vanaf de datum waarop de schade daadwerkelijk werd geleden, namelijk 1 juli 2008 en 1 januari 2009. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft gemotiveerd door niet in te gaan op deze stellingen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het de ingangsdatum van de wettelijke rente betreft. Omdat partijen overeenstemming hebben bereikt over het bedrag en betaling heeft plaatsgevonden, stelt de Hoge Raad het arrest op dit punt niet zelf vast. De overige klachten worden verworpen. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de proceskosten in cassatie niet, omdat CAV haar verweer tijdig heeft ingetrokken.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van wettelijke rente bij schadevergoeding in het overeenkomstenrecht en benadrukt het belang van een deugdelijke motivering van de ingangsdatum van de rente.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover de wettelijke rente vanaf 24 juni 2009 is toegekend; het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.