Uitspraak
gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Lijnden, gemeente Haarlemmermeer,
wonende te [woonplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
17 juli 2020.
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of een werknemer van vijftig jaar of ouder recht heeft op de hogere transitievergoeding van art. 7:673a (oud) BW wanneer de arbeidsovereenkomst door een onregelmatige opzegging van de werkgever net geen tien jaar heeft geduurd.
De werknemer trad in 2008 in dienst en werd in 2017 onregelmatig opgezegd, waarbij de opzegtermijn van zes maanden niet in acht werd genomen. De werknemer vorderde betaling van de gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en de hogere transitievergoeding. De kantonrechter wees de transitievergoeding af, maar het hof kende deze toe en veroordeelde de werkgever tot betaling van een hogere transitievergoeding.
De Hoge Raad bevestigt dat de transitievergoeding moet worden berekend op basis van de duur die de arbeidsovereenkomst zou hebben gehad bij een regelmatige opzegging. Dit voorkomt dat werkgevers financieel voordeel behalen door onregelmatige opzegging. De gefixeerde schadevergoeding blijft daarnaast onverminderd verschuldigd. Het beroep van de werkgever wordt verworpen.
De uitspraak benadrukt het beschermende karakter van de transitievergoeding en voorkomt dat onregelmatige opzegging leidt tot verlies van rechten van oudere werknemers.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het recht op de hogere transitievergoeding bij onregelmatige opzegging.