ECLI:NL:HR:2020:132

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2020
Publicatiedatum
27 januari 2020
Zaaknummer
18/01404
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over profijtontneming uit hennepteelt ondanks termijnoverschrijding

De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Het hof had bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel rekening gehouden met de opbrengst van de hennep, waarbij de betrokkene klaagde dat restanten hennep in droognetten niet waren meegewogen.

De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht niet tot vernietiging van het hofuitspraak kan leiden en zag geen noodzaak tot nadere motivering, gelet op artikel 81 lid 1 RO Pro. Daarnaast werd een tweede cassatiemiddel gegrond verklaard, waarin werd gesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden door late inzending van stukken door het hof.

Echter, de Hoge Raad verbond aan deze termijnoverschrijding geen rechtsgevolg in deze zaak, omdat in de samenhangende strafzaak dezelfde termijnoverschrijding wordt gecompenseerd. Daarom werd het beroep verworpen en bleef het hofuitspraak in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand ondanks de overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01404 P
Datum28 januari 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 22 maart 2018, nummer 22/003177-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
3.2
Het cassatiemiddel is gegrond. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die in cassatie aanhangig is onder nr. 18/01403, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. De compensatie waartoe de overschrijding van de redelijke termijn moet leiden, zal worden toegepast in de strafzaak.
3.3
Daarom is er geen aanleiding om in deze zaak aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
28 januari 2020.