ECLI:NL:HR:2020:1431

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 september 2020
Publicatiedatum
15 september 2020
Zaaknummer
20/01607
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in belastingzaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerder arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft dit verzoek inhoudelijk beoordeeld en geconstateerd dat het verzoek duidelijk niet kan slagen. Op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard.

De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen om een advies uit te brengen, hetgeen in de overwegingen is betrokken. Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen, waardoor iedere partij haar eigen kosten draagt.

Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020. De beslissing bevestigt de strikte toetsing van verzoeken tot herziening en benadrukt het belang van ontvankelijkheid bij dergelijke procedures.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/01607
Datum18 september 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het verzoek tot herziening van het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden van 10 april 2020, nr. 19/03675, ECLI:NL:HR:2020:608.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad heeft het verzoek tot herziening beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek tot herziening duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2020.