ECLI:NL:HR:2020:608
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke zaak
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een belastingrechtelijk geschil met de Staatssecretaris van Financiën. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is door de Hoge Raad besloten geen proceskosten aan belanghebbende toe te kennen.
Het arrest is op 10 april 2020 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Wortel (voorzitter), Beukers-van Dooren en Cools. Hiermee komt een einde aan de cassatieprocedure in deze bestuursrechtelijke belastingzaak.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.