ECLI:NL:HR:2020:145
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2010
De zaak betreft een beroep in cassatie van de erfgenamen van belanghebbenden tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 21 september 2018 de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof Arnhem-Leeuwarden voor verdere behandeling met inachtneming van dat arrest.
In het tweede cassatieberoep heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbenden beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot veroordeling in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is uitgesproken op 31 januari 2020 door de raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.