ECLI:NL:HR:2020:1462

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2020
Publicatiedatum
21 september 2020
Zaaknummer
19/03014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 302 SrArt. 6:4:20 SvArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging hofuitspraak inzake vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 juni 2019, waarin verdachte was veroordeeld voor zware mishandeling en mishandeling. Het hof had onder meer een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan verdachte ten behoeve van het slachtoffer, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis werd toegepast, en tot het bepalen dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep voor het overige en oordeelde dat de klachten geen aanleiding geven tot vernietiging.

Ambtshalve vernietigde de Hoge Raad het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, conform eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens bepaalde de Hoge Raad dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast als vervangende sanctie bij niet-betaling van schadevergoeding.

De Hoge Raad wees erop dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 22 september 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel en bepaalt dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/03014
Datum22 september 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 juni 2019, nummer 22/001843-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1
Het hof heeft, door het vonnis van de rechtbank in zoverre te bevestigen, de verdachte de verplichting opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van het in het vonnis genoemde slachtoffer het in het vonnis vermelde bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het vonnis genoemde aantal dagen hechtenis.
3.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het in het door het hof bevestigde vonnis genoemde slachtoffer vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 september 2020.