ECLI:NL:HR:2020:1470
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroepen in cassatie ongegrond inzake aanslag havengeld gemeente Hengelo
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met het Dagelijks Bestuur van het Gemeentelijk Belastingkantoor Twente over een aan haar opgelegde aanslag havengeld door de gemeente Hengelo. Na een uitspraak van de Rechtbank Overijssel werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Beide partijen stelden beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten in zowel het principale als het incidentele cassatieberoep beoordeeld. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten besloot de Hoge Raad geen veroordeling op te leggen. Uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad beide cassatieberoepen ongegrond en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Fierstra, Wortel en Beukers-van Dooren op 25 september 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen ongegrond en bevestigt het arrest van het hof.