ECLI:NL:HR:2020:1477
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag die op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag. De zaak betreft een geschil over een brief van de Inspecteur, waarbij belanghebbende zich richtte tegen een belastingbesluit van de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden. Gelet op artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat er geen vragen aan de orde waren die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft voorts geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.