ECLI:NL:HR:2020:1481
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam en de Rechtbank Noord-Holland inzake belastingaanslagen over de jaren 2015 en 2016. De Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld. Hoewel de brief is ontvangen, is het griffierecht niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende opnieuw aangeschreven om op te geven waarom het griffierecht niet tijdig is betaald, maar belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2020.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.