Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
2015
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, werkzaam als bewindvoerder, mentor en curator, maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en Zvw over 2015 en 2016. De inspecteur had de aftrek van borgkosten en vergoeding van vervoerskosten aan een vrijwilligster geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof Amsterdam bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het hof wees het verzoek om uitstel van de zitting af vanwege onvoldoende gewicht van de omstandigheden en het belang van voortgang van de procedure. Belanghebbende was niet verschenen bij de zitting. De rechtbank had geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de vervoerskosten zakelijk waren en dat de borgkosten onvoldoende waren onderbouwd.
Het hof vond dat de rechtbank op goede gronden had beslist en dat de aangevoerde argumenten in hoger beroep geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de weigering van aftrek van borgkosten en vergoeding van vervoerskosten.