ECLI:NL:HR:2020:149
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt redelijke termijn en weigert hogere schadevergoeding bij naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Het geschil betrof de beoordeling van de redelijke termijn waarbinnen de belastingprocedure moest worden afgerond en de toekenning van een vergoeding voor overschrijding daarvan.
Het middel richtte zich onder meer tegen het oordeel van het hof dat sprake was van verknochtheid van zaken, waardoor de redelijke termijn met zes maanden kon worden verlengd. De Hoge Raad bevestigde dat deze verlenging terecht was en dat zonder deze verlenging geen hogere vergoeding dan €1.500 zou zijn toegekend.
De overige klachten en middelen werden eveneens verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De Hoge Raad wees ook een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de redelijke termijnverlenging blijft gehandhaafd zonder hogere schadevergoeding.